thema

Diversiteit en inclusie

Laatste update: 31 augustus 2021

Diversiteit en inclusie (D&I) vormen samen één van de kernthema’s van de Cultuurmonitor de komende jaren. In de monitor en bij de Boekmanstichting als geheel zijn we toegewijd om D&I kritisch aan de orde te stellen. Daarbij onderstrepen we het maatschappelijke debat en belang van diversiteit en inclusie voor de samenleving. Op deze pagina brengt de Cultuurmonitor reeds bestaand onderzoek over diversiteit en inclusie samen.

Wat verstaan wij onder diversiteit?

De term diversiteit wordt gebruikt om aan te geven dat mensen op een reeks van zichtbare en onzichtbare kenmerken feitelijk van elkaar verschillen – denk bijvoorbeeld aan (culturele) achtergrond, beperking(en), gezondheid, geaardheid, gender, religie, sociaaleconomische status, opleidingsniveau, politieke voorkeur of leeftijd. Diversiteit heeft dus betrekking op de mate van verscheidenheid tussen en variatie onder mensen.

Wat verstaan wij onder inclusie?

De term inclusie verwijst naar de manier waarop wordt omgegaan met feitelijke verschillen en overeenkomsten tussen mensen. In een inclusieve omgeving is toegankelijkheid (zowel fysiek, inhoudelijk als digitaal) voor iedereen gewaarborgd en alle mensen voelen zich welkom, veilig en gerespecteerd. Waar diversiteit betrekking heeft op de afspiegeling van verschillende (groepen) mensen uit de maatschappij, richt inclusie zich op de acties die worden ondernomen om deze mensen te includeren.

Complexiteit van het meten van diversiteit en inclusie

Diversiteit en inclusie zijn een urgent thema, ook voor de culturele sector. Bewegingen als Black Lives Matter en #metoo laten duidelijk zien dat er behoefte is aan verandering, dat verandering nódig is omdat niet iedereen gelijk gehoord of gesteund wordt in de huidige samenleving. De Code Diversiteit en Inclusie (een initiatief om de culturele sector gelijkwaardiger te maken voor iedereen) stimuleert culturele organisaties om handen en voeten te geven aan het thema. De Code wordt daarnaast ondersteund door het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW), dat het nastreven van de Code als subsidie-eis hanteert.

Vanwege de urgentie van D&I is het belangrijk om de stand van zaken omtrent dit thema in kaart te brengen, maar dat blijkt lastig. In Nederland wordt op verschillende manieren gewerkt aan het verzamelen van data over diversiteit en inclusie in de cultuursector, maar het ontbreekt nog aan sectorbrede, seriële, landelijke of juist regionale cijfers. Terwijl deze cijfers nodig zijn om langlopende trends in beeld te brengen.

Dat deze cijfers er nog niet zijn, heeft meerdere oorzaken, waaronder de complexiteit van het onderzoeken van diversiteit en inclusie. Hoe complex het is diversiteit en inclusie te onderzoeken, laten we aan de hand van drie voorbeelden zien: werken met persoonsgegevens, categorisering en vragen over wat we precies willen meten.

Persoonsgegevens

Persoonsgegevens zijn veelal door de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) beschermd en kunnen daarom niet zomaar verzameld worden. In onderzoeken naar diversiteit bij het publiek van culturele instellingen worden verschillende manieren gebruikt om de achtergrond van het publiek in beeld te brengen. Zo bestaan er doelgroepsegmentatiesystemen, die instellingen in staat stellen om publieksgegevens te verrijken met klantsegmenten van een extern bureau, zoals Whooz of Motivaction. Hiervoor is het echter wel belangrijk dat er systematisch gegevens verzameld worden, en dat deze vergelijkbaar zijn voor verschillende organisaties (landelijk of lokaal). Zo wordt momenteel in opdracht van het ministerie van OCW onderzocht hoe een landelijk samenwerkingsverband voor publieksdata in de culturele sector opgericht kan worden. Na een inventarisatie van DEN (het kennisinstituut cultuur & digitale transformatie) en verder onderzoek door PPMC/SiRM wordt een Taskforce ingericht die de opdracht krijgt om een definitief samenwerkingsverband voor te bereiden.  

Categorisering

Het CBS brengt ook verschillende cijfers in beeld over de achtergrond van burgers, bezoekers en deelnemers aan het culturele leven. Daarbij wordt een onderscheid gemaakt tussen ‘westers’ en ‘niet-westers’ op basis van de migratieachtergrond. Dit jaar heeft het CBS echter openbaar gemaakt deze hoofdindeling te heroverwegen (CBS 2021). Recente maatschappelijke discussies leggen bloot dat deze categorieën onwenselijk zijn, omdat ze een discutabel onderscheid in stand houden en niet waardevrij zijn. Ze zetten mensen met een migratieachtergrond weg als ‘niet van hier’ en roepen volgens de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) ‘koloniale associaties’ op (Bovens 2016). Daarnaast kan de vraag gesteld worden wat men precies wil meten bij het onderzoeken van D&I. Wat zeggen vragen als ‘Waar kom je vandaan?’ of ‘Waar zijn je ouders geboren?’ ons over D&I en hoe helpen ze om meer divers en inclusief te worden? Wanneer is het terugbrengen naar bepaalde categorieën behulpzaam bij onderzoek, en wanneer houden ze juist ongelijkheid of onbewuste vooroordelen in stand?[1]

Wat willen we meten?

Het onderzoeken van diversiteit en inclusie is complex, en sectorbreed is er dan ook nog geen duidelijkheid of consensus over wát we precies willen meten, waarom en hoe. Dat zorgt ook voor tekortkomingen in het onderzoek naar diversiteit en inclusie. Om constructieve stappen te kunnen zetten naar het eenduidig en op relevante wijze onderzoeken (en dus in kaart brengen) van D&I in de culturele sector moet eerst in beeld gebracht worden wat we willen meten en hoe. Daarvoor moet ook duidelijk zijn wat we (nog) niet weten. Hiertoe zijn al verschillende initiatieven en overleggen in de sector gaande, zo blijkt uit gesprekken met het veld, bijvoorbeeld binnen het Landelijk overleg inclusie, georganiseerd door het Landelijk Kennisinstituut Cultuureducatie en Amateurkunst (LKCA), penvoerder van de Code Diversiteit en Inclusie.

Wat gaat de Cultuurmonitor doen?

In de komende jaren besteden we op deze pagina extra aandacht aan het thema diversiteit en inclusie. D&I snijden dwars door alle in de Cultuurmonitor behandelde thema’s (van arbeidsmarkt tot consumptie en infrastructuur) en domeinen (van erfgoed tot games of podiumkunsten) heen. Daarom proberen we trends en ontwikkelingen op het gebied van D&I in elk van de rapportages bij de verschillende domeinen terug te laten komen. Omdat D&I ook een overkoepelend vraagstuk vormen verdienen ze echter ook een eigen landingspagina waar informatie over het thema gebundeld wordt. Op deze themapagina starten we met het samenbrengen van reeds bestaand onderzoek over inclusie en diversiteit.

Op termijn hopen we ook antwoord te kunnen geven op vragen als: Hoe meet je D&I? Welke datasets en onderzoeksmethoden over diversiteit en inclusie zijn er beschikbaar en hoe kunnen deze ontsloten worden via de monitor?

Onderzoek naar diversiteit en inclusie in de Nederlandse cultuursector

In onderstaande literatuurlijst zijn bronnen te vinden van onderzoeken naar inclusie en diversiteit in de Nederlandse cultuursector, op chronologische volgorde. Heeft u aanvullingen of wilt u met ons in gesprek gaan over onderzoek naar en data over diversiteit en inclusie? Dan horen we graag van u!

Cultuursectorbreed

Domein-specifiek

Lokaal

Meer lezen over diversiteit en inclusie? Klik dan hier voor een lijst met beschikbare literatuur in de kennisbank van de Boekmanstichting.

Literatuur


Noten

[1] Dit kwam in januari 2021 ter sprake bij het Landelijk overleg inclusie, dat wordt georganiseerd door het LKCA (penvoerder van de Code Diversiteit en Inclusie). Deelnemers van dit besloten overleg zijn ca. 30 afgevaardigden van culturele fondsen, brancheverenigingen, gemeenten en (sectoroverstijgende) culturele instellingen die vanuit hun rol een bijdrage leveren aan D&I. Hier worden recente ontwikkelingen, onderzoeken, en vraagstukken besproken om elkaar te inspireren en verder te helpen op het gebied van D&I. De Boekmanstichting neemt deel aan dit overleg.