domein

Muziek

Laatste update: 1 december 2020
Auteur: Maartje Goedhart

N.B. Deze pagina is nog in ontwikkeling, en zal in de loop van 2021 verder worden uitgebreid en geactualiseerd. De huidige tekst is een bewerking van het artikel ‘Volop dynamiek in de muzieksector’ dat eind 2019 verscheen in De Staat van Cultuur 4. Op enkele punten is de informatie hieruit aangevuld met recentere data en enige (voorlopige) inzichten over de impact van de coronacrisis op de muzieksector.

1. Trends en ontwikkelingen

De muzieksector is een culturele duizendpoot

De muzieksector bestaat uit talrijke deelsectoren die allen bijdragen aan een veelzijdig muziekklimaat. Beschouwen we de muzieksector in de volle breedte, dan kijken we naar zowel de gecanoniseerde als de populaire muziek: van klassieke muziek tot wereldmuziek, van pop tot elektronisch en van dance tot urban. De variëteit neemt alleen maar toe: er wordt steeds meer interdisciplinair gewerkt en deelsectoren overlappen.

Omdat we onmogelijk alle trends binnen deze veelzijdige sector kunnen bespreken, richten we ons op deze pagina en komende jaren in de monitor op de meest opvallende ontwikkelingen. In dit verslag staat de invloed van digitalisering op de muzieksector centraal, verder aangewakkerd door de coronacrisis, en besteden we in het specifiek meer aandacht aan de popmuziek. Dit wil uiteraard niet zeggen dat er geen ontwikkelingen in de andere deelsectoren of thema’s zijn. Vanaf 2021 updaten we de gegevens en rapportage periodiek, en verkennen we ook andere trends en ontwikkelingen, zoals over de arbeidsmarkt, diversiteit en inclusie of talentontwikkeling. 

Digitale aanbod in stroomversnelling

De invloed van digitalisering op de muzieksector is al jaren duidelijk zichtbaar (Naveed et al. 2017). Het digitale cultuuraanbod is in 2020 door de coronacrisis in een stroomversnelling geraakt. Podia zagen zich gedwongen hun deuren grotendeels te sluiten en een heel festivalseizoen ging verloren. De schade hiervan is kolossaal, zoals treffend samengevat in deze video van 3voor12. Digitale manieren om het publiek te bereiken namen een hoge vlucht. Zo verenigden zangers, musici, bands en cabaretiers zich in het online platform Privé Podium. En meer dan een miljoen bezoekers bezochten de digitale editie van het Tomorrowland (ANP 2020). Maar hoe weerbaar de sector zich daarmee ook toonde, de daling van het aantal fysieke bezoeken in 2020 is dramatisch en de perspectieven voor 2021 zijn nog zeer onzeker.

Opmars digitale muziekplatforms

Het digitale muzikale landschap is volop in ontwikkeling, en de afgelopen jaren is er in korte tijd veel veranderd. Zo is de verkoop van on- en offline muziek drastisch gedaald (NVPI 2020) terwijl streamingdiensten prevaleren (Ipsos 2018; Gfk 2019; NVPI 2020; Veldman et al. 2020). Door de opmars van digitale muziekplatforms als Spotify en YouTube is het mogelijk om muziek te streamen of te downloaden en neemt de bereidheid om voor fysieke muziekdragers te betalen af (Aguiar et al. 2018; Mulder et al. 2019). Volgens het NVPI zijn streamingdiensten in 2019 goed voor zo’n 78 procent van de omzet van de muziekindustrie (NVPI 2020), streamingplatforms compenseren hiermee de teruglopende inkomsten uit fysieke geluidsdragers (Veldman et al. 2020). Niet alleen zijn streamingdiensten goedkoper voor de consument, ook voorzien ze in de grote behoefte van vernieuwing en verrassing bij het publiek (Aguiar et al. 2018; Mulder et al. 2019).

Muziekplatforms worden culturele curatoren: ze analyseren het luistergedrag van hun publiek en doen op basis hiervan aanbevelingen aan hun gebruikers. Het online luistergedrag is eveneens bepalend voor de dynamiek in de sector: poppodia programmeren artiesten met veel luisteraars (oftewel een groot bereik). Data over luistergedrag geven dus niet alleen inzicht in trends en ontwikkelingen in muziekconsumptie, maar geven er tegelijkertijd ook richting aan (Kraak 2017; Veldman et al. 2020). Voor artiesten is het makkelijker dan ooit om hun muziek digitaal met de wereld te delen, waardoor het aanbod online toeneemt en er een verbreding plaatsvindt in onder andere populaire muziek (Gribling 2014). Toch heeft het groeiende aanbod ook een keerzijde: hoe spring je er als artiest nog uit? Wanneer er geen data in streamingdiensten van een artiest beschikbaar zijn, raakt deze ook sneller buiten beeld. Daarbij kan overvloedig aanbod zorgen voor concurrentie bij het binden van publiek (Hemmings 2019; Mulder et al. 2019).

Podia treden buiten eigen deuren

Terwijl de consument minder uitgeeft aan fysieke muziekdragers, nam het aantal concerten en concertbezoeken bij muziekpodia juist toe in 2019 (CBS 2018; Dee et al. 2018; Dee et al. 2019). ‘Het jaar 2019 was voor poppodia en popfestivals in alle opzichten een recordjaar. Nooit eerder programmeerden de aangesloten podia en festivals zoveel muziekprogramma’s als in 2019. Nooit eerder traden zoveel artiesten op voor zoveel publiek’, zo rapporteerde de Vereniging van Nederlandse Poppodia en Festivals (VNPF) na telling van 28.862 muziekoptredens van artiesten bij poppodia aangesloten bij de branchevereniging (VNPF 2020, 1). Uit onderzoek van Naveed et al. (2017) blijkt dat liveoptredens op hun beurt ook weer leiden tot een toename in populariteit van streamingdiensten, en andersom. De twee vormen van muziekconsumptie dragen samen bij aan de houdbaarheid en commercialisering van de muziekindustrie, met name in de popsector (Kroeske et al. 2019).

Podia zijn daarnaast steeds meer buiten hun eigen muren getreden, door bijvoorbeeld te programmeren in oude kerken, op braakliggend terrein of andere locaties die bijdragen aan de muziekervaring (Gribling 2014; Gielen et al. 2017). Het is ook niet ongebruikelijk voor podia om zelf een festival te organiseren, zoals Left of the Dial van Rotown in Rotterdam, Paard van Stal van Paard in Den Haag, het Mahler Festival van Het Concertgebouw, of om podiumprogrammering te verbinden aan een reeds bestaand festival. Zo sloot Paradiso in 2018 zich aan bij het Amsterdam Light Festival met een eigen programma, bedoeld als een cross-over tussen Amsterdam Dance Event (ADE) en Museumnacht. Als gevolg van de coronacrisis wordt voor steeds meer podia en musici digitaal aanbod een vanzelfsprekend deel van hun programmering. Zo spreekt Lisette Heemskerk – commercieel directeur van De Nederlandse Opera (DNO) – over de ontwikkeling van online denken in deze coronatijd: ‘Nu is nadenken over onlineprogrammering onderdeel geworden van ons gewone werk. Er is naast het programmeringsoverleg ook een nieuw vast onlineprogrammeringsoverleg.’ (Gandolahage 2020). Omdat veel organisaties nog experimenteren met digitale media is het nog te vroeg om iets te kunnen zeggen over verdienmodellen of bereik van publiek. De komende jaren zullen we de digitale ontwikkelingen blijven monitoren. Een overzicht van andere online initiatieven is te vinden op de website van de Boekmanstichting.

Festivals

Net als podia en streamingdiensten, spelen ook festivals in op de behoeften van het publiek – vernieuwing, verrassing en verwondering (Vliet 2019; Mulder et al. 2019). We zien in de afgelopen jaren een duidelijke groei van het aantal muziekfestivals: van 553 in 2014 naar 765 in 2018 (Respons 2018; Respons 2019). De Festival Atlas rapporteert zelfs 1029 muziekfestivals in 2018 en 1123 muziekfestivals in 2019 (Vliet 2019; Vliet 2020). Ook zij werken steeds meer interdisciplinair. Zoals het ADE in 2019, dat muziek combineert met expositieruimtes. Omdat festivals minder gebonden zijn aan fysieke ruimtes kunnen zij gebruikmaken van andere presentatiemogelijkheden die de pluriformiteit van hun aanbod ondersteunen. Steeds meer muziekfestivals programmeren bovendien niet op één vast moment per jaar, maar zijn het hele jaar door actief (Vliet 2012). De coronacrisis heeft daarnaast geleid tot een spreiding van activiteiten over meerdere kleinschalige locaties. Festival Oude Muziek programmeerde dit jaar niet alleen in Utrecht maar ook op tien andere locaties in het land. En vergelijkbare ontwikkelingen zag je bij de filmfestivals: het Nederlands Filmfestival en Cinekid programmeerden hun festival dit jaar op locaties door het hele land.

In 2019 werd in de media nog een verzadigde festivalmarkt voorspeld. ‘Onstuimige groei van festivals ten einde: in 2018 trokken festivals iets minder bezoekers’ luidde de kop van een artikel in de Volkskrant (Kropman 2019). In 2017 waren er 26,6 miljoen festivalbezoekers en in 2018 bleek dit aantal zo goed als gelijk met 26,5 miljoen bezoekers. Het aantal bezoekers van muziekfestivals vormt daarop een uitzondering en toont tussen 2017 en 2018 een opwaartse trend: van 17,6 miljoen naar 18,4 miljoen (Respons 2018; Respons 2019). Jongeren blijken festivals als een volwaardig alternatief voor een vakantie te zien en ook buitenlandse bezoekers weten de weg naar Nederlandse muziekfestivals steeds beter te vinden (Tieleman 2019). Uiteraard zullen de fysieke bezoekcijfers in 2020 dramatisch laag zijn: vanaf maart zijn heel veel festivals afgelast of hebben ze alleen in kleinschalige of online vorm plaats gehad, bezoekers zitten thuis en de negatieve reisadviezen bemoeilijken buitenlands bezoek. Het is op dit moment nog onzeker hoe lang de coronabeperkingen blijven gelden en zelfs na de introductie van vaccins blijft het de vraag hoe snel het publiek weer terugkeert. Uit recent onderzoek van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) naar de maatschappelijke gevolgen van de coronamaatregelen op het culturele leven komt naar voren dat de beperkingen op termijn ook van invloed kunnen zijn op de culturele betrokkenheid van de bevolking (Broek 2020).

Inkomenspositie musici

Ook al voor de coronacrisis was de inkomenspositie van musici kwetsbaar. Dat musici over de hele linie slecht betaald worden wordt door meerdere onderzoeken onderschreven (Raad voor Cultuur 2017; Luijters 2019). Vele aan de sector verwante organisaties verdienen aan de muzieksector, denk aan ticketing providers, locatieverhuurders, impresariaten, booking agents of promotors. Het is niet ongebruikelijk dat musici een gratis lunchconcert geven, terwijl zaalwachten en ander podiumpersoneel wel betaald krijgen (Kooke 2019). De toegenomen concurrentie tussen podia en festivals – bijvoorbeeld door een exclusiviteitsbeding – maakt het voor podia moeilijker en duurder om grotere namen te boeken, waardoor het beschikbare budget voor talent lager wordt (Gielen et al. 2017). Onder de streep blijft er zo minder geld over voor talentontwikkeling, maar ook voor de muziekpodia of -festivals zelf.

Als oplossing voor de onderbetaalde musici stelt minister Van Engelshoven (2019) dat de door de sector opgestelde Fair Practice Code strenger moet worden gehanteerd. Dit houdt in dat er afspraken gemaakt worden over eerlijke tarieven en lonen voor musici (Werkgroep Fair Practice Code 2019). Inmiddels is Platform ACCT – Platform Arbeidsmarkt Culturele en Creatieve Toekomst, een initiatief van het complete werkveld – actief bezig met het verbeteren van de arbeidsmarkt in de culturele en creatieve sector. Hoewel velen in de sector de Code onderschrijven, is er ook scepsis over de randvoorwaarden (Tempel 2019). Want wat is ‘eerlijk’ en hoe meet je dit? Krijgen artiesten nog wel een podium als ze meer betaald (moeten) krijgen? Maar ook: hoe moet dit realiteit worden als er geen extra budget voor beschikbaar wordt gesteld? ‘Minder produceren en minder spelen zijn dan wellicht onvermijdelijke gevolgen’ (Post, 2019). Nu de verwachte financiële schade in de muzieksector enorm is door de coronacrisis is het de vraag wat er terecht komt van een eerlijker beloning voor muziekprofessionals. 

De impact van de coronacrisis

Op het moment van schrijven zit Nederland midden in de coronacrisis en -beperkingen. Het is dan ook nog niet mogelijk om een definitieve balans op te maken van de impact van deze crisis op de muzieksector. Overheden hebben omvangrijke steunpakketten beschikbaar gesteld om de culturele sector overeind te houden en de schade te beperken. Daarmee blijft vooralsnog de infrastructuur in stand maar het is in dit stadium nog te vroeg om de effecten van de steunpakketten op wat langere termijn vast te stellen.

Financiële schade podia, evenementenlocaties en muziekprofessionals

Het meest prominent in beeld is de verwachte financiële schade bij makers, artiesten, podia en zalen. In juli 2020 rapporteerde de VNPF dat de zestig bij hen aangesloten poppodia verwachten een omzetverlies te lijden van 125 miljoen euro in dit jaar. Als gevolg van het verwachte omzetverlies hebben podia al sinds maart zoveel mogelijk bezuinigd op leveranciers, de flexibele schil (uitzendkrachten, freelancers en zzp’ers) en andere kosten (VNPF 2020). Na een lange periode van dichte deuren, konden podia op 1 juli 2020 onder strikte regels weer open, maar de anderhalve meter-afstand maakt het voor (pop)podia onmogelijk om op rendabele wijze activiteiten te organiseren (VNPF 2020; Spel et al. 2020b). Zo kan Paradiso in Amsterdam normaal 1200 mensen kwijt in de grote zaal, maar waren er vanaf juli slechts 250 man welkom, en op het moment van schrijven is het podium dicht. De 250 man was overigens al meer dan de maximale dertig man bij andere zalen (Events 2020).

In Stand van zaken in de Nederlandse popsector wordt de zorg uitgesproken dat als de coronacrisis nog langer aanhoudt, er diverse speelplekken (zoals poppodia, festivals, theaters en schouwburgen) zullen omvallen (Veldman et al. 2020). Een groot deel van de inkomsten van podia bestaat overigens ook uit horeca-inkomsten, die met de huidige maatregelen helemaal misgelopen worden. Premier Rutte benadrukte in november 2020 nog dat de horeca vooralsnog gesloten blijft en grote evenementen voorlopig niet terugkeren (Entertainment Business 2020). 

Deze beslissing laat ook in de evenementenbranche diepe sporen na. De NOS geeft een overzicht van het aantal ontslagen bij grote evenementenlocaties, zoals Ahoy Rotterdam die ruim 100 van de 270 medewerkers heeft ontslagen of MECC Maastricht die 10fte van de 50fte bezuinigt (Heeringa et al. 2020). Ook het Koninklijk Concertgebouw maakte miljoenenverliezen en werd gedwongen tot reorganisatie, bezuinigingen en ontslagen (Spel 2020).

Bij musici komt de crisis hard aan en de meerderheid vecht voor lijfsbehoud (Oorschot 2020). Uit landelijk onderzoek door Ipsos blijkt dat 80 procent van de ondervraagde muziekprofessionals hun inkomsten mislopen, en dat 80 procent als freelancer of zzp’er werkt (Verheggen 2020). Alleen musici met een vaste baan in een gesubsidieerd gezelschap zijn voorlopig veilig (Oorschot 2020).

Monitor Cultuur en corona

De Boekmanstichting is in samenwerking met onderzoeksbureau’s APE Significant en SiRM gestart met de uitvoering van de monitor Cultuur en corona om beter inzicht te krijgen in de gevolgen van de coronamaatregelen voor de culturele en creatieve sector en om deze voor langere tijd te monitoren.

2. Wat willen we verder weten over de muzieksector?

De nieuwe manieren van publiek bereiken, met name digitaal, brengen ook nieuwe inzichten. Want zoals de huidige coronacrisis en bijbehorende maatregelen illustreren nemen mensen ondanks de beperkingen nog volop deel aan cultuur, ook al kunnen ze daarvoor niet naar een culturele instelling toe. Maar hoe meet je de impact van deze online-initiatieven? Als eenmaal de beperkingen verlicht worden en vaccinatie beschikbaar komt, hoe snel keert het publiek dan terug? Om de veiligheid van toekomstig bezoek te waarborgen heeft de VNPF er bijvoorbeeld voor gepleit om alleen bezoekers met een vaccinatiebewijs toe te laten (Rottinghuis 2020).

En in hoeverre draagt de digitalisering bij aan een diverse en inclusievere muzieksector? Sommige instellingen zetten oude opnames van concerten online (bijvoorbeeld via streamingdiensten), waardoor publiek het concert op elk gewenst moment kan ‘bezoeken’ of live kan meekijken. Zie bijvoorbeeld de livestreams van het Metropole orkest. Onderzoek naar de toegankelijkheid van instellingen en digitale media dient hiermee te worden verbreed, zo onderstreept ook de Raad voor Cultuur in Onderweg naar overmorgen. De raad maakt zich grote zorgen over de gevolgen van de coronacrisis op de culturele en creatieve sector en roept de minister op om de sector tijd, geld en experimenteerruimte te geven voor lange termijn herstel. Omdat fysiek bijeenkomen voor een groot deel van de sectoren niet mogelijk is (met name voor de podiumkunsten), verandert het aanbod, de aanbiedingswijze en mogelijke verdienmodellen. Digitale aanwezigheid wint aan belang om publiek te houden én verbreden, maar ‘includeren van een breed en divers publiek blijft onverminderd van belang’ (Raad voor Cultuur 2020, 15). Digitalisering heeft uiteraard ook invloed op de beroepspraktijk en de verhouding van inkomsten tussen optredens en rechten, streaming en verkoop voor kunstenaars. (Zie ook de pagina ‘Beroepspraktijk’.)

De raad pleit voor drie fieldlabs waarin de sector kan experimenteren met nieuwe werkwijzen en verdienmodellen, waaronder digitalisering (Raad voor Cultuur 2020). Daarnaast adviseert de raad een Taskforce Stedelijke Cultuurregio in te richten waarin samenwerkingen in stedelijke cultuurregio’s op landelijke schaal kunnen worden onderzocht. In onze use case Cultuur in de regio onderzoeken we de functionaliteit van monitoren op verschillende geografische schaalniveaus.

3. Meer weten over de muzieksector?

Als onderdeel van de cultuurmonitor ontwikkelt de Boekmanstichting een database waarin een groot aantal cultuurcijfers op een gemakkelijke manier is terug te vinden. Wanneer deze is afgerond en ontsloten is, zal op deze plek een koppeling naar deze database worden opgenomen. Ook verwijzen we naar de bronnen waar deze informatie te vinden is, zoals VNPF, NVPI, CBS, Festival Atlas of Respons.

4. Literatuur